Hoger beroep bij de politierechtbank: informatie over rechtsmiddelen is vereist
Arrest 125/2026 bevestigt de ongrondwettigheid van een beroepstermijn die vanaf de uitspraak loopt zonder informatie over het hoger beroep. Het Hof handhaaft de gevolgen van de betrokken bepalingen tijdelijk, uiterlijk tot en met 31 december 2026.
Wie door de politierechtbank op tegenspraak wordt veroordeeld, moet in beginsel uiterlijk dertig dagen na de dag van de uitspraak hoger beroep instellen. In arrest nr. 125/2026 van 22 oktober 2026 bevestigt het Grondwettelijk Hof dat het ongrondwettig is die termijn te laten lopen zonder de veroordeelde te informeren over de mogelijkheid van hoger beroep, de vormvereisten en de termijn.
Waarover ging de zaak?
De Rechtbank van eerste aanleg te Luik stelde prejudiciële vragen in een zaak waarin een veroordeelde hoger beroep had ingesteld tegen een op tegenspraak gewezen vonnis van de politierechtbank, maar pas na het verstrijken van de termijn van dertig dagen vanaf de uitspraak (artikel 203 Wetboek van Strafvordering, in verband met de artikelen 172 en 174).
Wat beslist het Hof?
Het Hof sluit aan bij zijn arrest nr. 176/2025 van 18 december 2025. De artikelen 172 en 203 Sv. schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang met artikel 6 EVRM, in zoverre de beroepstermijn ingaat op de dag van de uitspraak, ook wanneer de veroordeelde niet werd geïnformeerd over de mogelijkheid van hoger beroep, de wijze waarop en de termijn waarbinnen.
Daarnaast schendt ook het ontbreken van een wetsbepaling die bepaalt hoe de veroordeelde die informatie moet krijgen, diezelfde grondwettelijke normen. Dat is volgens het Hof een lacune die de wetgever moet verhelpen. Een betekening is bij een vonnis op tegenspraak niet vereist, maar het recht op een eerlijk proces vraagt wel dat rechtsmiddelen en termijnen zo expliciet mogelijk worden meegedeeld.
Beroepstermijn blijft voorlopig gehandhaafd
Het Hof handhaaft de gevolgen van de artikelen 172 en 203 Sv. totdat de wetgever een regeling aanneemt die de ongrondwettigheid verhelpt, en uiterlijk tot en met 31 december 2026. De vastgestelde ongrondwettigheid schort de beroepstermijn dus niet automatisch op en maakt een laattijdig hoger beroep niet zonder meer ontvankelijk.
De vragen over artikel 792 en 780/1 Gerechtelijk Wetboek (de informatiebladen in burgerlijke zaken) behoefden geen antwoord. De beroepstermijn in strafzaken hangt niet af van de kennisgeving door de griffie.
Wat betekent dit in de praktijk?
- Laat de uiterste beroepsdatum onmiddellijk berekenen; wacht niet op een kennisgeving of brief van de griffie.
- Het arrest maakt een laattijdig hoger beroep niet automatisch ontvankelijk: de gevolgen van de bepalingen blijven voorlopig behouden.
- Het vonnis kan al na de uitspraak op de griffie worden geraadpleegd en een uitgifte of afschrift kan worden gevraagd.
- Vraag uw advocaat onmiddellijk na de zitting of hoger beroep aangewezen is, en noteer de einddatum van de termijn.
- Controleer bij elk dossier de toepasselijke wetgeving en eventuele overgangsregels.
Wilt u een veroordeling door de politierechtbank aanvechten? Laat het vonnis en de beroepsmogelijkheden tijdig beoordelen. Of een laattijdig beroep uitzonderlijk nog kan worden aanvaard, vergt een afzonderlijk onderzoek van het dossier.
Bron: Grondwettelijk Hof, 22 oktober 2026, nr. 125/2026, rolnummer 8659, ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.125, overwegingen B.5–B.8 en dictum.
Download het volledige arrest
Lees verder over onze bijstand voor de politierechtbank en de belangrijkste verkeersrechtelijke procedures.